Voorzichtig meer lucht tijdens de lockdown

De coronamaatregelen vragen veel van ieders uithoudingsvermogen, zowel fysiek als mentaal. Hoe langer de crisis duurt, hoe zwaarder het voor iedereen wordt. De sociale, maatschappelijke en economische effecten van de pandemie tellen na een jaar flink op.

Het kabinet blijft oog houden voor het beschermen van mensen met een kwetsbare gezondheid en het toegankelijk houden van de zorg. De Britse variant zorgt ervoor dat het aantal besmettingen per dag minder daalt dan een paar weken geleden, of zelfs toeneemt. Een derde golf lijkt onvermijdelijk.

Tegelijkertijd is nu de fase gekomen om, beperkt en weloverwogen, iets meer risico te nemen. De lockdown en de avondklok blijven tenminste tot en met 15 maart van kracht, maar de middelbare scholen en het mbo gaan vanaf 1 maart deels weer open. Daarnaast staat het kabinet vanaf 3 maart onder voorwaarden de volgende verruimingen toe: jongeren tot en met 26 jaar mogen weer samen buiten sporten op sportaccommodaties, contactberoepen mogen weer uitgeoefend worden en de detailhandel mag open voor winkelen op afspraak.

Kijk voor meer informatie op de website van de Rijksoverheid.

Lees welke maatregelen gelden in een kort overzicht.

 

Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

Op 1 december is de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 in werking getreden. Sinds maart 2020 namen de veiligheidsregio’s de maatregelen voor de bestrijding van het coronavirus op in zogenaamde noodverordeningen. Noodverordeningen zijn voor (crisis)situaties van beperkte tijd. Maar de coronacrisis duurt langer. Daarom heeft het kabinet de noodverordeningen vervangen door de tijdelijke coronawet (Tijdelijke wet maatregelen COVID-19) en daarbij horende ministeriële regelingen. Klik hier voor meer informatie over de coronawet.

Meer informatie

Meer informatie, veel gestelde vragen en actuele informatie vind je op onze speciale nieuwspagina. Daarnaast is informatie beschikbaar op de website van het RIVM en de website van de Rijksoverheid. Heb je hierna nog vragen dan kun je bellen met het landelijke publieksinformatienummer 0800 – 1351 of neem contact op met je eigen gemeente.